Het versleten jack van Jan biedt amper bescherming. Hij rilt van kou, trilt van honger.
Gisteren waren vader en hij vertrokken uit Rotterdam, in noordelijke richting.
‘Als we niet gaan…,’ had Jan gezegd. Een flauwe glimlach was op moeders zorgelijke gezicht doorgebroken.
Met dit ‘Als-ik-spelletje’ brachten ze vroeger de meest fantasierijke dromen heel even tot leven: Als ik eens…
Vroeger. Toen hij kind was. Niet eens zo lang geleden.
Kon hij dromen maar voorgóed tot leven brengen. Hij is moe. Zo moe. Is dat moeders glimlach daar?
Als we het eten en de fiets niet hadden moeten afstaan…
Als er geen bommen waren gevallen…
Als mensen geen oorlogen zouden voerden…
Als…
Koud is de sneeuw. Waar zijn moeders warme armen?


Oei. In het tweede deel van dit verhaal past hoogstwaarschijnlijk geen Sint-Bernard. Dit neigt naar een onoverkomelijk drama, geloof ik.
Dank voor je reactie, Nele! En nee, geen vrolijk eind…
Doet mij onwillekeurig denken aan tochten van leden van mijn familie, die juist vanuit Friesland naar Rotterdam gingen, om voedsel te brengen aan familie daar. Barre tijden waren het.
@Thislexy, Ik wist niet dat de hongertocht ook in andere richting werd ingezet. Leuk om te lezen. Mijn moeder is als jong meisje in de oorlog zes weken bij een boerenfamilie in Friesland geweest om een beetje bij te tanken. Zij kwam uit de randstad.