Waarom zit ik eigenlijk naast deze man? vraagt dorpsdichter August zichzelf af. Hij zit op een platgetrapt stukje gras in de tuin van buurman Doeko. De insecten gonzen in het omringende onkruid. Zweetdruppels lopen van Doeko’s voorhoofd af, via de kin langs zijn harige borst. Doeko steekt een sigaret op. De geur van verbrand karton, merkt August op. ‘Een man zonder smaak’, mompelt hij.
‘Huh?’ zegt Doeko.
August kijkt naar de grijze eeltranden rond Doeko’s hielen. ‘Drie kwartier met een grove vijl’, zegt hij onverstaanbaar.
‘Te heet vandaag’, zucht Doeko. Hij exhaleert met zijn onderlip over zijn bovenlip gevouwen. August krabt wat korstmos van zijn armleuning af.
‘Koffie dan maar?’ zegt Doeko.
‘Lekker’, zegt August. ‘Daar was ik aan toe.’


‘Maar wie is August?’ Zie hier de eerdere stukjes over de dorpsdichter: http://stingelande.nl/het-arch.....ter-august
mooie karakterisering
Dankjewel!