‘Mamaaaaaaaa?’
‘Ja, Lars. Wat is er?’
‘Ik, euh … Papa zegt dat hij zich verveelt.’
‘Is dat zo?! Zeg hem dat hij dan misschien het gras kan maaien of de auto wassen.’
‘Oh!’
‘Hèh, schat, heb je dat nu echt gezegd?!
‘Hij zei dat je niets wist om te doen, dus ja …’
‘Het is vakantie! Lars wil gewoon iets samen doen, naar de molen gaan bijvoorbeeld. Ze hebben daar een op kolen gestookte stoomtrein. Kei-cool volgens zijn vriendjes.’
‘Niet alleen volgens hen aan je gezicht te zien!’
‘Je kent me … ‘
‘Ja, een groot, klein kind!
‘Wat zou je zeggen als dat groot, klein kind belooft om morgen het gras en de auto te doen?’
‘Laaaaaaaaars, neem je schoenen. We zijn weg!’


Haha, een superharmonisch gezin. Ging het altijd maar zo. 😉
En laat ‘harmonie’ nu net het volgende thema zijn. Jij zit zo al helemaal in de sfeer. 😉