‘Thuiszorgteam Zus-en-Zo, met Jansje, wat kan ik voor u doen?’
‘Mijn moeder is gevallen. Ik krijg haar in m’n eentje niet overeind.’
‘Ojee. Hoe heet uw moeder?’
‘Mevrouw Huppeldepup.’
‘Huppeldepup… eh… ze staat niet in ons systeem. Waar woont ze?’
‘Naast meneer Die-en-die. Ik zag zojuist iemand van jullie daar naar binnen gaan. Ik dacht…’
‘Ja, dat was ik. Maar uw moeder heeft geen contract bij ons. Dus, wÃj kunnen helaas niet helpen.’
‘Maar, wat moeten we dan?’
‘112 bellen.’
‘Ze heeft alleen haar onderbuik geschaafd.’
‘Brandweer? Politie?’
‘Voor een tilletje?’
‘Gebeurd wel vaker, hoor. Andere buren dan?’
‘In dit seniorencomplex met stokoude mensen?’
‘Weet u wat: schiet zo meteen maar een voorbijganger aan.’
‘Doe ik. Dag Jansje, tot zo.’

verhaal kan iets sterker worden door termen als zus en zo en huppeldepup niet te gebruiken, gebeurt met met een t. Wel goede schets van hoe het helaas vaak gaat.