Het voor mensenwezens onzichtbare ruimteschip hield al gruime tijd een geostationaire baan aan. De ruimtekijkers van de wezens van Voorbij-alle-tijden waren gericht op het Avondland. De ruimtewezens waren ongevoelig voor geluid, zij namen alles waar in verschillende gradaties van licht.
En nu hadden ze een vreemde samenhang ontdekt. Er bleek een duidelijk verband te bestaan tussen de aanwezigheid van neerslagbeschermers op een steel met een handvat en de hoeveelheid water in vloeibare vorm, welke het oppervlak van bovenaf raakte.
Hoe groter het aantal wezens was dat zo’n neerslagbeschermer bij zich droeg, hoe groter de kans op neerslag. Wanneer er nauwelijks wezens met een neerslagbeschermer rondliepen dan was de kans op neerslag klein.
De ruimtewezens konden dit verschijnsel vooralsnog niet verklaren.


Plasten die wezens niet gewoon op die neerslagbeschermers die dan overliepen en neerslag veroorzaakten? Kortom, zonder neerslagbeschermers geen ruimtewezenplas, geen neerslag?
Oh god, aliens! Straks wordt het hier een soort tweede Niburu 😛
Geluid had hun in de luchtledige ruimte overigens niet kunnen bereiken,al hadden ze nog zo’n scherp gehoor.
Ja, zo snappen ook wij allerlei dingen niet die wellicht o zo simpel zijn.
Daarom:
http://www.ritholtz.com/blog/w.....rd2893.jpg
Leo, ze vingen wel allelei golven op en ook beelden. Radio/TV. Maar met de geluidsgolven konden ze niets. Ze hoorden ze niet, zoals mensen dat doen. Ze konden ze niet vetalen, zeg maar. Logisch toch?
Plassen, @GaviMensch? Hoe fantaseer je dat nu weer bij elkaar. Maar het wordt in overweging genomen 😉
Dankjewel Bob, dat maakt veel duidelijk.