‘Zullen we maar?’
‘Eh, even wachten. Mijn moeder kan ons horen.’
‘Nou en? Zij weet wel hoe ze eraan komt.’
‘Waaraan? Oh ja, Adams mosterd.’
‘Weet je wat ik me afvraag?’
‘Vertel.’
‘Zou ze nooit overlopen? Vol is toch vol?’
‘Jemig, wat ben jij stom.’
‘Hoezo?’
‘Dat spul loopt er toch uit? Het is daar geen gevangenis, eerder een ontvangenis.’
‘Vreemd hoor, ik bedoel…’
‘Ja, wat bedoel je nou?’
‘Laat maar. Kom, ze is vertrokken.’
‘Nou heb ik geen zin meer hoor.’
‘Doe niet zo kinderachtig, dan maak je toch zin?’
‘Nee, ik ga weg. Volgende week of zo trekken we er wel weer aan. Doei.’
‘Ja hoor, een echte vriend ben jij. Ik zet het potje wel weer terug.’

Recente reacties