Terwijl bier door de beken vloeit en wijn uit de fonteinen stroomt, vlucht de Hollander huiswaarts:
Prins Carnaval zwaait daar de scepter, het ambtelijk stadsbestuur is er afgezet. De Bisschop berijdt het Varken van Fortuin, Overvloed en Spilzucht, op de kansel preekt de Zot de Vijftig Tinten. De Dood beheert de gulle tap, de Nar graait in de kassa-lade. De Zombie is portier, hij begroet de nieuwe bovenkamers en hun benevelde inhoud. De Toverheks mengt zich op het ritme van de Joekskapel in de rituelen van de dansmariekes. Non en Hoer mengen zich onbekommerd in het spel terwijl de Raad van Elf gretig toekijkt.
Op Aswoensdag staan ze gereed hun kruisje te ontvangen. Het blijkt geen maskerade te zijn geweest.


Een bont spektakel, zoals het hoort deze tijd van het jaar. Hartje.
<3