“Godsamme kan je niet uitkijken!”
De joviale barman verandert ineens in een onaangenaam mens.
“Ouwe zak, kijk nou wat je doet.”
Het blad met drankjes is met een sierlijk boog door de lucht gevlogen. De glazen liggen in gruzelementen. De drank is naar alle kanten gevlogen.
“Weet u wel tegen wie u het heeft? Ik ben de persoonlijke secretaris van prinses Beatrix. Hoe durft u zo tegen mij uit te vallen?”
“O, pardon. Neemt mij niet kwalijk”.
Hij draait om als een blad aan de boom.
Hij bekijkt de net geklede vijfenzestigplusser ineens met andere ogen.
Dan komt er een dame het etablissement binnen.
“Vader ben je weer aan de boemel? Je fantaseert toch niet weer over de koningin… toch?”


Behoeft geen betoog van mijn kant.