Statig en netjes gekleed zit ze op haar zetel. Klein broos vrouwtje in een stoel met geborduurde bekleding. Haren gebundeld tot een wrong en met een houten speld bijeengehouden.
Oud, doorleefd, gerimpeld, maar haar geest is bij de tijd.
Ze vind het mooi dat ik net als haar de verpleging in wil en ze begint te vertellen over haar werk in het Gasthuis. Ik zie een wereld voor me, die ik me niet kan voorstellen. Rijen bedden, witte kapjes.
Ik zie haar lopen met haar blik gericht op de patiënten, een blik die alles ziet. Want pittig is ze wel, de zus van mijn overgrootmoeder.
Zoveel jaren zit er tussen ons, maar de liefde voor het vak, die is tijdloos!


mooi Liedelet: net als haar beter: net als zij
Erg mooi