“Bril!” roept mijn tweejarige dochtertje vanaf de achterbank. Ik zucht. “Bril!” klinkt het nog eens. “Jaha” reageer ik geïrriteerd. Ik rommel wat in het dashboardkastje en houd de bewuste bril triomfantelijk in de lucht. “Hier, je bril!” en ik geef het ding een zwiep naar achteren. “Dankje mama” klinkt het nu heel lief van de achterbank. Nog geen minuut later hoor ik de bril op de grond vallen. “Bril!” hoor ik weer. Ik adem diep in en begin, tegen beter weten in, mijn boodschap “mama is nu aan het rijden liefie, je moet even wachten”. “Briiiiiil!” klinkt het nu heel boos van de achterbank. Ik zucht nog eens en tel tot tien.

Weet je waar ik nou het meest nieuwsgierig naar ben?
Naar wat je nu precies gedaan hebt na de tien tellen die jezelf hebt gegeven?
Laat je je overhalen om het gekrijs van jouw liefje te voorkomen, en graai je, al rijdend achter de passagiersstoel (dan moet je scheef zitten, en schuin omhoog kijken om de weg te zien)om die %$#bril te pakken?
Of zet je een lekker hardcore-nummer op volume “Staatsgevaarlijk” om het gejengel en gekrijs te overstemmen om duidelijk te maken aan haar en aan jezelf dat negeren de beste optie is?
Of zo, vul maar in… [grijns]
Fijn, kinderen. Die zijn zo lekker geduldig 🙂 Heel herkenbaar, dit stukje.
Ja, helemaal mee eens Inge. Dat is nou juist het enge en leuke aan dit schrijfsel.
Maar ik blijf heel nieuwsgierig naar de reactie van mamma na de tien tellen …
Heel levensecht. 😉
Begin wel af en toe op een nieuwe regel. Als de vorm klopt, leest het nóg leuker.