Vuil gele schuimkragen op bruine golven rollen traag het strand op, een bittere chemische walm vergezelt het bijtende schuim dat achterblijft op het zand.
Wandelend over de vervallen pier van Scheveningen herinner ik me ruziënde zeemeeuwen, bikini’s en Duitsers in kuilen. Ik mis de geuren, de zilte zeelucht, kibbeling en gebakken mens in factor 12 zonnebrandolie. Walgend maak ik foto’s van de Noordzee die zich, verkracht door onze hebzucht, om de palen van de pier krult. Zwart-wit want ik haat het bruin getinte dodenmasker van dit ontbindende lijk.
Ik verstel een riempje van mijn knellende gasmasker, giftige lucht glipt langs het filter. Onmiddellijk werkt mijn maaginhoud zich door mijn slokdarm omhoog, ellendig kots ik over de reling mijn ingewanden leeg.


Recente reacties