‘Oh nee hè!’
‘Wat is er mamma?’
‘Ons huis is weg! Ongelofelijk dat we net vandaag aan de beurt zijn!’
Lenja en haar moeder stappen van hun fietsen en kijken naar de plek waar de huizen van nummer 26 en nummer 30 keurig tegen elkaar aan staan, alsof nummer 28 er nooit geweest is.
‘Gaan we dan bij oma Els logeren, mamma? Gezellig!’
Haar moeder zucht diep. ‘Ik zal even bellen lieverd… Wat was het toch makkelijk vroeger.’
Lenja kijkt op. ‘Hoe bedoel je?’
‘Vroeger was er genoeg ruimte voor alle huizen.’
‘Hoefde je huis dan niet elk jaar te verdwijnen?’
‘Nee, dat hoefde nooit. Elk huis was er gewoon altijd.’
‘Goh. Ging je dan nooit logeren? Ook niet leuk.’


Recente reacties