Jan slaapt nog als ik door zijn berichten blader, niets … In de hal voel ik voorzichtig door zijn jaszakken, weer niets. Omdat ik vermoed dat hij vreemd gaat zoek ik bewijs. Ik open zijn laptoptas en speur achterdochtig verder.
Aha! Een kladpapiertje met daarop, Deborah terugbellen, zie je nou wel! Vanachter me klinkt, “Morgen schat, wat zoek je?” Met betraande ogen houd ik beschuldigend het kladje omhoog: “Wie is Deborah?” Eerst verbaasd dan boos vraagt hij: “Wat? Wie?”
Jan is weg. Voorovergebogen, gebroken en met mijn ingewanden in een knoop, staar ik naar het verfrommelde kladje. Ik heb wel honderd keer mijn excuses aangeboden en om vergeving gesmeekt, maar voor Jan was de maat vol. Ik denk, stom wijf, waarom?


Recente reacties