‘Tatjana ziet er lekker uit,’ zegt mijn collega. Hij bladert door een blad. De Tatjana’s glanzen.
‘Nou,’ zeg ik, ‘jeetje man.’
‘Kon ik die maar lekker nnnnnnnnn… ken,’ perst hij eruit.
‘Rustig ademhalen,’ fluister ik. Ik ben geen stottertherapeut, maar de rol bevalt me goed.
Mijn collega heeft niet alleen startproblemen met de n, maar ook met de s en de p. Gek genoeg heeft hij geen moeite met de k. Die letter vloeit net zo makkelijk uit zijn mond, als de jam uit zijn boterham. Ik heb hem verteld dat er ook kranten op tafel liggen, met soms verrassende verhalen daarin. Maar hij is nu eenmaal iemand van de plaatjes.
‘Kijken,’ legt mijn collega uit, ‘kijken kan geen kwaad.’

Recente reacties