Mensen vinden pas geluk als ze het niet zoeken. Op een avond zag mijn vader het liggen, in de regendruppels die parelden in het maanlicht. Hij pakte het op, droogde het en stopte het in zijn portemonnee. Elke dag controleerde mijn vader of het daar nog was, zonder zich af te vragen wat ie eraan had, totdat hij als dwangarbeider na elk bombardement aandachtig naar dat ijzeren hoefijzertje staarde en met zweetparels van zijn voorhoofd zijn geluk bevochtigde.
Ook na de oorlog bewaarde hij het in zijn portemonnee, met angst om zijn geluk kwijt te raken.
Nu bewaar ik mijn vaders gevonden geluk, in een onveilige wereld, bang om mijn gevonden geluk te verliezen nooit een oorlog te hebben meegemaakt.


Recente reacties