De taaie stenen trap verzwaarde mijn benen. Ik miste het houten noodgebouwtje toen ik na de derde klas naar het ‘immens grote’ hoofdgebouw moest. Na de laatste trede ontwaarde ik in een rookwolk de hoofdonderwijzer achter een oud houten bureau.
‘Kom verder,’ riep hij te vriendelijk voor een strenge hoofdonderwijzer. Twee keer in de week gaf hij buiten schooltijd Frans. Maar daar kwam ik nu niet voor. Ook niet om hem een sigaar te geven zoals op mijn verjaardag – een bolknak van Ritmeester voor de bovenmeester.
‘Je weet het nummer?’
‘Ja meneer.’
Ik draai aan de schijf van de zwarte bakelieten telefoon… “Afgelast,” zegt een norse, onbekende stem tegen de bedroefde aanvoerder van het schoolelftal.
‘Soms regent het teleurstellingen, jongeman.’


Recente reacties