Op handen en voeten in het grind. Met een bebloede knie, kijkt zijn vrouw naar hem en zijn gewonde hand.
‘Is dit nu wat je wilt? Je voert een gevecht, maar met wie?’ schreeuwt ze.
‘Och, het is maar een wondje, dat geneest wel weer.’
Ze had zijn schijngevecht gezien, de stem gehoord van een geest uit zijn geest, zijn bebloede hand en rende struikelend naar hem toe. Haar kapotte naaldhak had ze niet in de gaten.
‘Jij bent je eigen gevaar en jouw moeder is je engel des doods. Als je vooruitzicht wilt hebben, laat haar dan gaan. Laat mij je helpen’ – ze kruipt naar zijn moeders graf, pakt de engel en slaat hem vleugellam stuk op haar steen…


Vleugellam vind ik bij een engel helemaal van betekenis.
Of het nu de engel des doods is of de engel van de hel.
In dit stukje mooi met elkaar verweven. Wie is wie?
Levja, dank je wel.
Levja. Ja, inderdaad, wie is uiteindelijk wie?