‘Goedemorgen meneer Wilders.’
‘Goedemorgen mevrouw. Is het gelukt?’
‘Even kijken: 70 chocobollen voor de vertrekkende Kamerleden, twee zakken strooigoed voor de splinterpartijen…’
‘Dat klopt niet. Ik had moorkoppen besteld en zwartepietenstrooigoed.’
‘Dat is hetzelfde.’
‘Waarom zegt u het dan anders?’
‘Eh… nou ja, u weet hoe gevoelig dat ligt, meneer Wilders.’
‘En dit dan?’
‘Wat bedoelt u, meneer Wilders?’
‘Op de toonbank?’
‘Dat zijn jodenkoeken.’
‘En die naam is niet verboden?’
‘Niet dat ik weet. Ik verkoop ze al jaren. Meneer Cohen vond ze heerlijk. Van Thijn ook.’
‘Doe ook maar bokkenpoten voor Ouwehand en twee roze koeken voor Jetten.’
‘Is dat beest van u, meneer Wilders?’
‘Beest…?’
‘Honden moeten buiten wachten.’
‘Mevrouw, dit is een asielhond. Doet niemand kwaad.’


Recente reacties