Hij weet nog goed dat meneer pastoor regelmatig even langs kwam wippen; een sport die hijzelf alleen in het geniep beoefende. Hij zat in zijn toga met zijn roomse toges in de beste tuinstoel.
Of ‘het zaad zijn weg al had gevonden’, vroeg hij. Had ie regelrecht gejat van Toon Hermans, die niet begreep wat zijn vrouw bedoelde met ‘het zaad heeft zijn weg gevonden’ en Toon vader werd. Toon was wel grappig, die pijpdrop niet.
Het zorgde voor wrevel met zijn vrouw, die tegen de pastoor opkeek, toen hij zei: ‘U komt er zelf wel uit, pastoor?’ Er is een hoop veranderd, behalve schijnheiligheid en hypocrisie. En als de parochianen bidden, zuipt meneer pastoor nog steeds de wijn op.


Recente reacties