‘Voor of tegen?’
‘Pardon?’
‘Voor of tegen?’
‘Voor of tegen wat precies?’
‘Ik stel hier de vragen en jij geeft antwoord.’
‘Ja, dan wil ik toch graag weten wat…’
‘Voor of tegen? Laatste kans.’
‘Nou, goed. Tegen.’
‘Aha, dus je bent tegen ons, hè? Dacht ik al. Voer hem maar af.’
Hij kreeg handboeien om en werd naar een busje geleid waar al drie anderen in zaten.
Twee straten verder.
‘Voor of tegen?’
‘Pardon? Voor of tegen wat?’
‘Ik wil een duidelijk antwoord.’
‘Akkoord. Dan ben ik vóór.’
‘Aha, dus je bent voor onze vijanden. Afvoeren die handel!!’
Toen het busje eenmaal vol was, reden ze de stad uit en niemand heeft ooit meer iets van de onfortuinlijke inzittenden gehoord.

Recente reacties