‘Nou, je hebt gelijk hoor.’
‘Zeg dat nog eens’.
‘Ik zeg dat je gelijk hebt, weer.’
‘Daar dacht je destijds toch anders over, of niet soms?’
‘Ja, ik wilde toen niet zoveel uitgeven aan een bestekcassette.’
‘Nou, dat zal altijd wel zo blijven.’
‘Ja, door de jaren heen moet ik toegeven dat je een juiste kijk hebt op kwaliteit.’
‘Daarom ben ik bij je, schat.’
‘Ik vond het toen veel geld, over de duizend gulden voor eetgerei.’
‘Kwaliteit blijft, zie maar, elke dag weer, mooie vorken en messen om mee te eten.’
‘En te pronken, Jaenette zei het gisteren nog, wat een mooi bestek wij hebben.’
‘Ik hoorde het, ik dacht ik zeg maar niets.’
‘Dat is ook heel verstandig.’

Ja, dan zou het naar opscheppen gaan neigen..