“Hatsjoe.”
“Gezondheid.”
“Dankuwel. Maar… er komt er nog… Hatsjoe.’
“Gezondheid. Een verkoudheid op komst?
“Nee, een allergie.”
“Wat naar.”
“Daar zegt u zoiets. Ik heb er leren mee leven. Wacht… Hatsjoe.”
“Nogmaals gezondheid.”
“Zeg dat niet.”
“Dat was uit beleefdheid.”
“Dank hiervoor, maar dat helpt me niet… Hatsjoe.”
“Nee, ik merk het. Heeft u het laten onderzoeken?”
“Ja, hoor mijn huisarts heeft… Hatsjoe.”
“Gezondheid.”
“… heeft enkele testen gedaan, maar zonder resultaat. Hij stuurde me naar… Hatsjoe.”
“Gezondheid. Amai, u heeft het flink te pakken, me dunkt.”
“… naar een specialist in allergieën. Deze heeft uiteindelijk gevonden waar ik gevoelig voor ben.”
“Ha… En?”
“Ik ben namelijk allergisch aan mensen die een niezende mens gezondheid wenst zonder het echt te menen. Hatsjoe.”


Haha! Nou Herve, een welgemeende ‘gezondheid’ voor jou van mijn kant
Haha HATSJOE!
Gelukkig is deze nieser nog bescheiden. (nieser of niezer? Er komt een streepje onder niezer, dus nieser?)
Vroeger schrokken we wel eens van elkaar als we hard niesten. ‘Kon je niet waarschuwen?’, zei iemand dan. Daarom doe ik dat al van jongs af aan: ik zeg eerst: ‘hatsjoe’ als ik er 1 voel komen. Soms kan het niet meer en laat ik de rest toch schrikken. 1 keer kwam iemand dichter naar me toe en vroeg: ‘Wat zei je?’…
Zo kom je ook wel lekker aan je 120 woorden. 😉
– Allergisch voor