‘Alles goed?’ vraag ik voorzichtig aan een jonge vrouw. Het is midden in de nacht en ze staat op een straathoek. Is ze niet bang dat iemand haar lastigvalt?
‘Ja, hoor,’ zegt ze glimlachend.
Ik aarzel. Misschien moet ik haar met rust laten.
‘Ik ben bijna thuis, hoor,’ stelt ze me gerust.
‘Mooi, maar als je hier blijft staan, kom je daar nooit.’
Ze grinnikt. ‘Ik heb mijn vriend geappt dat ik om 0:14 thuis ben.’
Ik check mijn telefoon. 0:12.
‘Dus ik wacht nog twee minuten.’
Lachend loop ik door. ‘Fijne avond!’
Thuis vertel ik het aan mijn vrouw.
‘Oh heerlijk. Mooi fragment van hun relatie.’ Ze geeft me een zoen. ‘Die gaan de veertig jaar ook wel halen.’


Graag gelezen.
Het eerste stuk vind ik heel verrassend. Ik vraag me wel af of die vrouw dat echt zo zegt.
Mooie 120w! Blijkt blijkt maar weer dat communicatie belangrijk is. Door te vragen maakt de bezorgdheid van de hp plaats voor geruststelling en wordt er eenmaal thuis ook nog over gegrinnikt. De manier waarop je het gesprek op straat hebt beschreven maakt dat duidelijk.
Lekker pietluttig…komt? Of toch liever kom..?
En nog één erbij: 0:14 en dus ook 0:12 .. En ik twijfel zelfs of het niet 00:14 en 00:12 is.
Dankjewel Mieke, Levja, Alice & Luc!
Bedankt Luc, aangepast.
Inge. Omdat dit stukje en dialoog is, zou ik Is ze niet bang dat iemand haar lastigvalt? als volgt schrijven: ‘Ben je niet bang dat iemand je lastigvalt?’
De clou vat ik niet echt.
Dank je, Han. Ik vind het meer iets wat hij denkt, lijkt mij toch wat vreemd om te vragen.
Ik vind zoiets als exact op de ge-appte tijd komen van die leuke kleinigheidjes in een relatie, vandaar.
Inge, ‘Ja, hoor,’ zegt ze glimlachend, is een antwoord op een vraag. Niet op wat hij denkt, of ze moet gedachten kunnen lezen.
Dat is haar antwoord op ‘Alles goed?’
Nou, ik ben nog steeds niet gerustgesteld of die vrouw wel echt is thuisgekomen. De ik-persoon en (ik neem aan) zijn vrouw wel.
De clou is heet exact genoemde tijdstip.