‘Wees toch eens een kerel,’ zegt mijn feministische vrouw.
‘Kan dat niet wat inclusiever?’ vraag ik.
‘Ik weet toch tegen wie ik het heb?’
‘Wist ik maar met wie ik te maken heb.’
‘Het ligt er maar net aan wat je insteek is.’
‘Na al die jaren moet je dat toch weten.’
‘Seks, maar verder…’
‘Verder wat?’
‘Sommige mannen zijn ook feminist.’
‘Je zegt net: “Wees toch eens een kerel.”’
‘Een moderne kerel ís feminist.’
‘Moet ik soms Opzij lezen?’
‘Je had het in de zomer al kunnen doen.’
‘Als ik die trui voor je brei, krijg ik te horen: “Denk je dat een vrouw dit niet kan?”’
‘Het verkeerde moment.’
‘Moment…?’
‘Van mijn cyclus.’
‘Moet ik straks mensenverband meenemen?’


Ja, fijn, zo’n feministische man.