Ergens in november stapt een heer in de lente van zijn tachtiger jaren uit de tram.
Nee, geen lullig halsbandje, hij heeft zijn stropdas met een dubbele windsor-knoop gestrikt.
‘Nieuwe Oosterbegraafplaats’, leest hij zonder bril. Wat in de verte ligt, is helderder dan vertroebeld dichtbij, waar hij niets meer vindt om naar te zoeken.
In de Quote 500 staat hij niet. Als je het eerste miljoen niet hebt, mis je de volgende ook niet. Maar een bezoek aan de groentejuwelier kan hij zich op zaterdag permitteren.
‘Kippensoep, graag.’
‘Gebonden of helder?’
‘Helder.’
‘Anders nog?’
‘Pitloze witte druiven.’
‘Het tweede bakje is voor de helft van de prijs.’
‘Twee keer de helft van een bakje maakt al twee. Ik ben ongebonden.’


Allerdaagse, geinig stukje
Louisa, dank je wel, maar alledaags…?
Mooi.
Kleine kinderen hebben die logica ook: 2 halve koekjes is meer dan 1 hele.
Vanaf 3 minuten:
https://youtu.be/qkfBXPAiZ_0
Lousjekoesje. Leuk. Maar deze alleenstaande man heeft genoeg aan één bakje voor twee dagen.
@Han: mooie omschrijving, iemand die in de lente van zijn tachtiger jaren is.
Mooi stukje, Han. Met Lisette eens: fraaie openingszin. Aan het slot vernuftig de meervoudige betekenis van gebonden / ongebonden gebruikt.
Lisette. Dank je, en dat in november…
Ewald. Dank je. Het is een samenvatting van een langer verhaal. Een oude man die niet oud wil zijn, maar dat wel gaat voelen. Zoals velen.