Hij heet Jantje. Jantje is arm, heel arm. Dat wil zeggen, zijn papa en mama, daarom is hij arm. Toch is Jantje vrolijk, een flierefluitertje. ‘Jantje Vrolijk’ is naar hem vernoemd. En zo lief, o wat is Jantje lief. Zo begripvol ook voor een ventje van zes jaar.
Jantje wil graag een kerstboom, maar die kunnen papa en mama niet betalen. Maar hij zeurt niet, die lieve Jantje. Jantje poetst ook altijd braaf zijn tandjes. Dat doen niet alle Jantjes.
Als Jantje in bed ligt, gaat zijn papa naar het bos en zaagt een kerstboom om. Een bosboa betrapt hem. Nu viert papa helemaal alleen Kerstmis en heeft Jantje geen kerstboom én geen papa. Maar goed ook voor dat zeikjoch.


Tjee, Han, wat is dít?
Leuk verhaaltje, behalve de laatste zin.
Lousjekoesje. Een parodie, satire, op zoetsappige kerstverhalen.