Hij tankt voor vier gulden vijftig, geeft de pompbediende vijf gulden en zegt: ‘Laat maar zitten.’
‘Prettige vakantie,’ zegt de pompbediende.
Na de wedstrijd bietst hij bier en sigaretten.
Een biertje na de wedstrijd, een biertje na de training, een biertje voor de training…
We zien hem niet meer. Een flierefluiter die de fantastische fantasieverhalen vertelde. Over niet-bestaande meisjes of meisjes die niet van zijn bestaan afwisten.
Ik kom hem tegen, een boodschappenkarretje met zijn hele hebben en houwen aan zijn hand. Verloederd. Hoe het met mij gaat, met hem gaat het goed.
Ik geef hem vijf euro. ‘Ik betaal het je terug.’ Hij weet niet waar ik woon, waarschijnlijk weet hij ook niet waar hij woont.
‘Laat maar zitten.’


Recente reacties