Op een dag besluit hij niet alleen zijn schoenen te observeren wanneer hij wandelt. Hij kijkt voortaan ook omhoog, rechts, links, circulair, diagonaal en elliptisch.
Zo ziet hij in het park een ooievaar met een babyblauwe bh aan zijn snavel.
In het winkelcentrum een wanhopige junk, zwetend als een otter, en met een typisch loopje, alsof hij schaatst.
Door de ramen van het bejaardenhuis een kogelronde heer die stikt in een taaie gehaktbal.
Een kleuter die in een tuin de perkplantjes voorziet van verse urine.
Op een bankje naast een kade een blinde die de krant van gisteren leest.
’s Avonds laat een ster die verleidelijk naar hem knipoogt.
Uiteindelijk beseft hij dat hij op de verkeerde planeet geboren is.

Recente reacties