Er was eens een prins, die in zijn paleis zat te dagdromen. Hij dacht aan een meisje aan de andere kant van de wereld, met mooie ogen, golvende haren en een mooie stem. Ze heette Mei, net als zijn geboortemaand. Hij lag met zijn oren op de grond en kon haar horen, dwars door de aarde heen. Haar stem klonk als hemelse muziek. Ze zei: koester me maar in je dromen, want al zijn we ver weg, we zijn toch ook dicht bij elkaar, omdat we elkaar begrijpen en aanvoelen. Daarom ben je voor altijd mijn prins! En ik ben het meisje waar je van droomt, ook al blijf ik onbereikbaar. Hij luisterde naar de wind en voelde zich gelukkig!


Beste José van Rosmalen, welkom op 120w! We vinden het leuk dat je meeschrijft op onze site! Als je vragen of opmerkingen hebt horen we het graag. En vergeet niet dat je altijd in gesprek kunt gaan met je collegaschrijvers via de reactiepanelen.
Groeten en veel 120 woorden lees- en schrijfplezier gewenst!
De 120w-redactie