Er was eens een dikke pannenkoek die niet uit de koekenpan wilde komen. De kok moest hem eruit duwen! Maar ach… hierdoor kreeg de pannenkoek een gapend gat in zijn rechterwang. Daar lag de ongelukkige pannenkoek dan, bestrooid met een deken van poedersuiker, op een koud bord.
Hij hoorde de kok overleggen met zijn bediende: ‘Die dikke pannenkoek heeft een gat, die kunnen we toch niet serveren?’
Toch nam de bediende de pannenkoek mee, hij serveerde de dikke pannenkoek aan kleine Jan.
Kleine Jan glunderde. En terwijl de kleine Jan zijn vork in hem stak en met zijn mes steeds dichterbij kwam, viel de pannenkoek flauw en riep Jan verheugd: “Kijk nou, mijn pannenkoek heeft een gat in zijn rechterwang!’

Recente reacties