De nar liet de koning nooit winnen. Hij had veel voor zijn vorst over, maar expres verliezen was zijn eer te na, bovendien dacht hij te weten dat de koning dat ook niet op prijs zou stellen.
‘Sire, u weet dat ik wat heb met taal. Daarstraks hadden we het over veldslag en slagveld. Is het u opgevallen dat deze woorden veel op elkaar lijken?’
‘Nu je het zegt,’ zei de koning, terwijl hij nipte van zijn cognac, ‘alleen de lettergrepen zijn omgedraaid. Grappig!’
‘Het zijn de enige woorden die ik ken waar die omdraaiing zo treffend passend is,’ zei de nar.
‘Waar zouden we zijn zonder taal?’ was de retorische vraag van de koning.
‘Uitgestorven Sire,’ antwoordde de nar.

Recente reacties