‘Mag ik je wat vragen?’
Haar stem kriebelt me net zo heerlijk als het rode lint van de maretak in mijn nek. Oranjekleurig kaarslicht fladdert vrolijk in haar gezicht. Haar sproetjes vormen een Kerstengeltje met goudbespikkelde vleugels. Ik ontdek nieuwe eilandjes in haar irissen en meen Utopia te hebben gevonden.
De menigte telt langzaam af, terwijl het prachtigste vuurwerk in mijn hoofd al is ontstoken. De laatse vijf seconden voor Nieuwjaar werpen echter onbedoeld een deadline voor me op. Ik blokkeer volkomen. Bevangen door verlegenheid sluit ik verslagen mijn ogen.
De warme gloed van haar zwoele gemoed vloeit me toe. Rustige zuchtjes lucht blussen me sussend. Vederzacht voelen de smakkende kussertjes die haar vraag voor me in alle oprechtheid beantwoorden.

Beste Erik,
Na alle zes je stukjes te hebben gelezen, wil ik graag mijn mening hierover geven. Dat je over taalgevoel beschikt is duidelijk, daar is geen misverstand over.
Je neigt echter naar mooischrijverij en daarmee schiet je naar mijn idee je doel voorbij.
Enkele voorbeelden:
‘De warme gloed van haar zwoele gemoed vloeit me toe. Rustige zuchtjes lucht blussen me sussend.’
In een ander stukje schrijf je: ‘Haar zachte klanken kabbelen warm langs mijn hart.’
En elders: De zompige gom danst vrolijke rondo’s rond onze tongen.
Als lezer ervaar ik dit eerder als geforceerd en gekunsteld dan als mooi.
NB Alleen Kerstmis wordt met een hoofdletter geschreven. Alle overige woorden waar kerst voor staat (kerstengeltje) met een kleine letter.
@Ewald. Dank je voor je reactie. Nu, een dag later kijk ik terug naar het verhaal en staat het schaamrood op mijn kaken. Je hebt mijns inziens volkomen gelijk. Wat een bagger heb ik daar neergepend.
Erik, ik hoop dat je dat laatste ironisch bedoelt. ‘Bagger’ is zeker niet de kwalificatie die ik eraan geef. Mijn mening (smaak) is bovendien zeer persoonlijk en komt beslist niet voort uit alwetendheid.
@Ewald, nee het was niet ironisch bedoeld. Het schrijfsel slaat de plank finaal mis. Ik heb er geen enkele moeite mee om dit toe te geven. Je blik is zeer scherp en door mij zeer gewaardeerd. De kritiek van “neiging naar mooischrijverij” heb ik vaker gekregen en daar moet ik mee aan de slag. Ik zondig daar vaker aan als ik gevoelens probeer uit te drukken, hetgeen voor mij nog altijd een lastigheid is. Nogmaals mijn hartelijke dank voor je eerlijke mening. Dat is me heel veel waard.