“Hoe doe je dat toch, ik zou als ik in jouw situatie zat zwaar depressief worden. Jij blijft overal toch nog een lichtpuntje zien.”
Celeste kijkt me aan met een vragende blik in haar ogen.
“Ik heb geen zin om mijn huidige gezondheid mijn leven te laten vergallen. Overigens heb ook ik behoorlijke moeilijke momenten waarin ik het niet meer zie zitten.”
Omdat ik geen zin heb om het gezellige bezoek van Celeste negatief te maken pak ik de fritessaus emmer die naast mijn bed staat en pak er een vraag uit.
“Van welke kleine dingen word jij gelukkig?” lees ik voor, verbaasd dat juist die komt.
“Van jouw positieve instelling, daar kan menigeen nog wat van leren,” antwoordt Celeste.

Een positief stukje, Miriam.
Even de schoolmeester uithangen:
“Van welke kleine dingen wordt jij gelukkig,” lees ik voor, …
wordt – word
Na gelukkig hoort een vraagteken te staan. Officieel zelfs een vraagteken én een komma, maar tegenwoordig laten de meeste schrijvers in zo’n geval de komma achterwege.
In de laatste zin achter ‘instelling’ zeker een komma.
Bedankt schoolmeester Ewald. Grapje hoor