‘Dit middel hoort tot de serotonineheropnameremmers,’ lees ik in de bijsluiter. Ik vind het een mooi woord voor galgje. Want ja, ik wil niet meer leven. Of nee, eigenlijk weet ik gewoon niet meer hóe ik moet leven. Ik heb alles en tegelijkertijd heb ik helemaal niets. Mijn geest is een inktzwarte poel vol ellende. Ik probeer de positieve dingen eruit te vissen, maar vind ze gewoonweg niet. Ik wil echter niet lijdzaam afwachten. Bij mijn psychotherapeut praat ik over mijn verlangens. Ik huil over de relatie met mijn moeder. Ik volg creatieve therapie en vorm mezelf in klei. Ik hoop op een wonder. De psychiater gaf geen garantie. Ik pak een glas water. Ik slik het witte pilletje door.

Heel mooi geschreven, Hanneke, zonder ergens omheen te draaien. Wel erg triest.
Voor mij is het moeilijk te geloven dat mensen/cliënten/patiënten hun levenslust kunnen hervinden door ‘zichzelf te vormen in klei’
Misschien dat ervan kunt opvrolijken als je alleen maar een tikkeltje somber bent. Maar als het zó diep zit, dan doet dat hoopje klei er ook niet meer toe, naar mijn idee.
Hoi Ewald,
Creatieve therapie is slechts een hulpmiddel om jezelf te (leren) uiten en uitdrukken.
Groetjes,
Hanneke
Dat weet ik, Hanneke. Mijn punt is dat iemand die al zover is dat hij/zij niet meer wil leven, waarschijnlijk niet meer zo veel aan dit soort therapie heeft.