‘Wat zijn dat voor vreemde geluiden? Deksels, wat een maf kabaal. En dan die lachsalvo’s erachter. Maar… ik herken die lach. De… de… dat is de lach van mijn Chrisje. Dat kan niet missen. Chrisje! Waar ben je? Meissie, ik ben in de buurt!’
Al snel heeft Chrisje haar zenuwen onder bedwang en schat ze de ernst van de situatie op juiste waarde in. Ze weet uit recente eigen ervaring dat watertrappelen erg vermoeiend is. Vlug pakt ze de lange stok en schuift hem richting Smiecht. Hopelijk heeft ze voldoende kracht om hem aan wal te trekken. Met bibberende handjes pakt Smiecht de stok vast en probeert uit het water te klimmen. Intussen zoekt mams verder naar haar kleine meissie.

Recente reacties