Ik kom meestal rond zes uur aan bij een of ander dorpshuis. ‘Heeft u al gegeten?’ – dat scheelt mij weer een warme maaltijd. Ik draag een ouderwets pak en decoreer me met een oud koffertje, inhoudende nog oudere, met vulpen geschreven manuscripten.
Laatst was ik in Valkenswaard. Geen lastig publiek behalve een heikneuter met een haviksneus; zo’n zuinige bibliotheekbezoeker. ‘Daar hou ik anders helemaal niet van,’ antwoordde hij fel toen ik zei dat mijn boek een open einde heeft.
Voor vanavond in Amsterdam heb ik me modieus gekleed. Recensenten en publiek dat meer recensies dan boeken leest. Het gaat goed totdat een man met een kromme neus schreeuwt: ‘In Valkenswaard zei je heel wat anders, eikel.’
Ik twijfel geen moment…


@Han. Leuke situatieschets.
@Ewald. Dank je wel.