Tikkende stappen trap opwaarts die hij herkent uit duizenden. De door het zolderraam schijnende zon heeft besloten haar laatste dagelijkse stralen te bewaren voor als ze de zolderdeur opent. Ze verlichten haar gezicht en blonde krullen.
‘Hoe ben je binnengekomen?’ vraagt hij verbaasd aan zijn vrouw.
‘De voordeur stond open.’
‘Ik weet zeker dat ik ‘m op slot heb gedaan.’
‘Zie ik er soms uit als een geest? – het stinkt hier naar je moeder en er komt rook uit die emmer. Stop met dat gerook!’
‘Het raam gaat niet open.’
Behoedzaam loopt ze met haar Prada’s over de planken, opent het raam… een steekvlam komt uit de emmer, slaat over op de stapel paranormale lectuur…
‘Er is geen vooruitzicht, jongen.’


Oh, dit verwart me toch wel wat. In deel twee gaan de stappen naar beneden en nu opwaarts. Opmerkelijk taalgebruik ook.
Misschien is het de geest van de moeder die de deur heeft geopend? Je merkt, het neemt me helemaal mee.
Levja. Haha, de paranormale wereld is verwarrend. Een zolderdeur die dichtslaat, voetstappen naar beneden terwijl niemand weggaat, een voordeur die op slot was… of toch niet?