Vechtpartij gemeen beslecht met één hand. Een mokerslag zonder moker op het oog van de tegenstander; die niet langer weerstand biedt en omvalt, gelijk een zak cement. Een klein straaltje bloed glijdt uit de mondhoek en zoekt een weg op de vloer. Honderddertig kilo vlees ligt bewegingsloos gevloerd. Een raaf, zwart wit gestreept, hopt zenuwachtig over de homp heen en spreidt de vleugels; telt tot tien, maar niet echt nodig. De homp vlees staat niet meer op. Het straaltje bloed wordt een plas. In de touwen hangt paniek. ‘Heb ik dat gedaan’, staat op het gezicht van paniek te lezen; in zijn oren klinkt dof geruis van gedempt gejoel. Zijn hersens haken af. Het leed geleden kortgeleden, neemt voorgoed afscheid.

Recente reacties