Nooit niet begrepen. Niet echt gesnapt. Boksen de sport. In een vierkant. Dus geen ring. Met flinke hoekpilaren. En ruwe touwen. Een beetje elastiek. Die bloed opvangen. Echoën op vloer. Zwepend zwetend kletsen. Schouder aan schouder. Het brute gevecht. Ogen die turen. Waar blijft gong. Chinees het Nederlands. De scheids preekt. Trekt logge lijven. Kreunend uit elkaar. De bel luidt. Een wankel evenwicht. Rust op stoel. Watergolven in gezicht. Spons in nek. Gebit uit bek. Een slokje drinken. Ringgirls paroderen sexy. Nummerbordenmeisjes zo lief. Het publiek joelt. Dweept met gladiatoren. Zij showen trots. Kloppen op borst. Brullen richting hemel. Einde lonkt ver. Dan de genadeklap. Tunnellicht gaat uit. Bonk op vloer. Een laatste stuiptrek. Val door knie. Handdoek in vierkant.

Je opent de week weer op zijn Mien’s.
“Boks”