Een rek op de fiets (of andere tweewieler) waarop bagage bevestigd kan worden om de fietser te ontlasten en niet zijn boodschappen of tas vast te hoeven laten houden, aan linker- of rechterhand, zodat hij, zij of hem, twee handen aan het stuur kan houden, zoals dat op de basisschool voor het fietsexamen is aangeleerd. Bijkomstig voordeel is dat de fietser dan ook de handen vrij heeft om zijn berichten of favoriete websites te bekijken op zijn mobiel of te gamen of chatten of doe eens gek … te kunnen bellen met vriend, vriendin, moeder, werk of wie dan ook.
De bagagedrager verwordt later tot fietsdrager, een soort van waterdrager achter op de camper, om te kunnen fietsen op de camping.

‘Spring maar achterop bij mij, dan gaan we samen weg’!