“Goeiemorgen, allen.”
(Allen:) “Goeiemorgen, directeur.”
“Straks zijn er koffiekoeken, maar eerst wens ik iedereen te bedanken om de voorbije dagen een extra inspanning te leveren met betrekking tot… euh… een creatieve boekhou…”
“Mijnheer de directeur, u moet weten dat er…”
“Een momentje, Vansanten, ik ben aan het woord. Ik heb de cijfers nog eens nagekeken, puik werk, allen. Iedereen weet wat te zeggen als de inspectie deze namiddag komt, mag ik hopen. Ha, ik zie dat we een nieuwe stagiair hebben… Vreemd, want HR heeft mij niets laten weten. Mag ik uw naam weten, goede vriend?”
“Ik ben geen stagiair, mijnheer de directeur. Ik ben van de inspectie en ben wat vroeger dan voorzien om uw jaarverslag na te kijken.”


Haha.