‘Wat kies jij, Kim?’
‘Wat is dat pap, watergruwel?’
‘Dat is een nagerecht, een toetje, maar dan wel een uit oma’s tijd.’
‘Is dat echt zo oud?’
‘Nee, niet het gerecht, het recept, hoe het gemaakt moet worden.’
‘Oh, ik dacht al, ga toch niet iets eten wat zo oud is, oma is ouder dan negentig!’
‘Ha ha, nee hoor, het is gewoon vers gemaakt maar wel uit een andere tijd, weinig mensen kennen het. Wil je het proberen? Het kan warm en koud.’
‘Lust ik dat mam?’
‘Ik denk van wel, maar je kunt het ook een keer thuis maken met papa.’
‘Is goed, ik neem wel ijs, dat ken ik tenminste’.
‘Zo is dat. Gezellig hoor, toch jongens?’

Leuke miscommunicatie.
Herkenbaar dat het kind hierbij nog liever advies aan moeder vraagt dan aan vader.
Leuk dat je ‘jongens’ gebruikt. Boerenjongens is ook een oud gerecht met rozijnen. Maar ja, wat een boer niet kent vreet ie niet.
Lief gesprekje aan tafel.