‘U moet uw Japie bij u houden, meneer.’
‘Dat lukt niet altijd.’
‘Ik houd mijn poes toch ook bij me?’
‘Japie wil er ook weleens uit. Binnenblijven leidt tot frustratie.’
‘Dat is niet mijn probleem. Ik val u toch ook niet lastig met mijn poes?’
‘Uw plantjes zijn giftig; er zit wolfsmelk in.’
‘Dan zorgt u toch voor bescherming? Ik heb Japie niet uitgenodigd, hoor – ziet u mijn poes weleens?’
‘Ja, voor het raam.’
‘Dus niet op uw balkon?’
‘Uh… nee.’
‘Ik uw Japie wel.’
‘Excuus. Ik maak me zorgen: oversterfte.’
‘Over sterfte…?’
‘Nee: “oversterfte”. Als ik voortijdig ga, wat gebeurt er dan met mijn Japie?’
‘Kom anders even koffiedrinken. Praten we er gezellig over. Neem uw Japie gerust mee.’


Ja, de oversterfte (raar en naar woord vind ik) is best verwonderlijk. En zelfs kamervragen hierover. Ergens denk ik altijd dat het toch min of meer een natuurlijk verschijnsel is.
Bij Japie denk ik aan een krekel, maar dat zal wel niet.
Levja. Het is zeker geen krekel. Oversterfte is een term die ik nog ken van aardrijkskunde.
Han, ik kan me niet herinneren dat ik in de lessen aardrijkskunde heb geleerd over oversterfte. Wel in geschiedenis … Bijvoorbeeld met de Spaanse griep. Hoewel meer dat er toen veel mensen aan die venijnige griep stierven.