‘Huuhj, Hé daar, wat doe jij zoal voor de kost?’
‘Ik zit in de muziek.’
‘Ja, dat is de moderne tijd, de jeugd zit vandaag in de muziekbusiness. Bespeel je dan een instrument of zo?’
‘Ik ben trompettist.’
‘Jij komt hier niet weg of wel soms?’
‘Nee, ik heb een optreden in de stadsschouwburg vanavond.’
‘Ah, een optreden in de stad.’
‘En u? U gaat het veld op met dat fraaie paard?’
‘Ja, we moeten het land nog bewerken, het is zaaitijd.’
‘Ah, eerst zaaien en dan oogsten toch?’
‘Precies jongen, zo was het vroeger en zo zal het straks ook nog zijn. Blaas maar niet te hoog van de toren, jong. Succes gewenst vanavond!’
‘U ook een fijne dag!’

Ik hou van dialogen in een verhaal, hoewel ik me wel afvraag waar dit gesprek plaatsvindt.
Je mag concluderen dat het niet op de Coolsingel is geweest…Grt
Nee, Luc, daar viel gisterenavond geen goed gesprek te voeren.
Nu heeft Rotterdam èn een stadsschouwburg, maar concerten toch veelal in De Doelen.
Luc. Lofwaardig dat je eens het pad der dialogen betreedt.
Dank je wel, Cesar. Aldus de man en het paard. Grt.
De stugge boer die toch vriendelijk kan met de stadse jongen die toch ergens in uitblinkt zonder gebruik van elektronica.