‘Nee, hier is hij niet.’
‘Marja maakt zich echt grote zorgen.’
‘Dat is nergens voor nodig, mijn broer gaat zichzelf heus niets aandoen.
Hij is dan weliswaar hartstikke recalcitrant maar hij denkt echt wel na hoor.
Alhoewel, hij is inderdaad met je zus getrouwd.’
‘Ja, ik weet dat ze ietwat capricieus kan zijn, maar dit is toch een goed huwelijk?’
‘Daar ga ik gelukkig niet over, ze moeten het zelf maar uitzoeken. Hij heeft mij nooit iets gevraagd.’
‘Jij kunt toch goed praten met je broer, heb jij nooit iets gemerkt dan?’
‘Ik kan uitstekend met hem overweg maar hij is beslist geen prater.’
‘Ik heb ook geen idee waar hij kan zijn.’
‘Hebben jullie al in het tuinhuisje gekeken?’

Luc, het aloude gegeven: even een pakje sigaretten halen.
…kan zijn maar dit is toch een goed huwelijk?’ – …kan zijn, maar dit is toch een goed huwelijk?’
Dit klopt niet helemaal: Jij kunt toch goed met je broer…
Han, dank voor je reactie. Iets aangepast. Grt.
@Luc: de titel is erg leuk bedacht!