De onzekere jongen zoekt nog steeds naar zijn vader. Die zei hem de laatste keer dat hij op reis zou gaan maar beloofde dat hij hem niet in de steek zou laten. De droevige toon in zijn stem leek iets anders te zeggen. Niemand geloofde in onheil. Alleen Gekke Jos, zijn vriendelijke buurman, beweerde dat het niet goed ging met zijn vader en dat er iets zou veranderen. Als hij zijn vader weer zou zien en spreken zou alles duidelijk worden.Hoopvol wachtte de jongen af. Maar elke keer dat hij plaats neemt tijdens het bezoekuur in de gevangenis ziet hij die man die op zijn vader lijkt maar zijn stem klinkt zo bevrijd dat hij zijn vader niet kan zijn.

Recente reacties