Tring! 8. 00 uur.
Ik wrijf de nacht uit mijn ogen.
Blijven liggen, opstaan, blijven liggen.
Ik tel het af op mijn pyjamaknopen.
Bij ‘blijven liggen,” blijf ik gelukkig steken.
Oh jee, nee hè!
Mijn bovenbuurvrouw komt, om 10. 00 uur al.
’Even kletsen morgen. Ik zie je nauwelijks meer.’
Mijn benen en armen verstijven.
Afbellen maar? Voel me zo misselijk als een deur.
Zou ze me geloven?
Het wordt opeens pikzwart voor mijn ogen.
Wil ze koffie, thee of een borrel maar meteen.
Had ik het gevraagd dan had ik dàt geweten.
Hoelang zal ze blijven, waarover praten wij.
En wat trek ik in hemelsnaam aan?
Hopelijk blijft ze slechts een uur.
Kan ik daarna weer mijn bed inschuiven.

Recente reacties