We fietsten over de brug en plots kwam het in mij op langs te gaan, zonder plichtplegingen, met veelbezongen Vriendin. Mijn moeder vond het goed, maar waarschuwde wel dat Kraanvogel op visite was. “Nee kom nou maar,” wimpelde zij mijn terughoudendheid weg.
Kraanvogel was de naam die mijn vorige vriendin, een studiegenote van haar, aan haar had gegeven.
Mijn moeder vond Kraanvogel nou precies een geschikte vriendin voor mij. Ik dacht daar anders over. Kraanvogel roddelde zelf dan weer dat zij zeker wist dat ik op mannen viel. Hoe zij dat wist?
Daar waren we dan, mijn mooie warme Nieuwe Vriendin in een zomers tanktopje dat haar schoonheid extra onderstreepte.
Kraanvogel maakte een knorrend gnuifgeluid.
“Wat een dekmantel” betekende dat.


+wel beetje ingewikkeld, veelbezongen vriendin is kennelijk niet kraanvogel,