‘Doe nou niet zo flauw,’ zegt mijn (ex-)vriendin tegen mij. ‘Jij kunt imiteren en een verhaaltje vertellen.’
Ze heeft Rowenna aan de telefoon. Haar vader, een Surinamer, is vertrokken en ze woont met haar broertje bij haar moeder.
‘Hier komt Zwarte Piet,’ zegt mijn ex.
Ik vertel een verhaaltje als Zwarte Piet. Rowenna lacht. Rowenna lacht harder.
De volgende dag kom ik Rowenna en haar moeder tegen. Ik vraag of ze al wat in haar schoen heeft gekregen. ‘Nee, maar ik heb met Zwarte Piet gebeld!‘ slist Rowenna. ‘Hij praat net zoals Papa.’
Rowenna lacht. Haar moeder ook.
Rowenna is inmiddels volwassen, ik heb haar nooit meer gezien. Zou ze zich gediscrimineerd voelen als ik haar dit waargebeurde verhaaltje vertel?


@Han. De Zwarte Pieten, zoals in mijn herinnering, spraken niet met een Surinaams accent, maar eerder Klukkluk-achtig. ‘Zwarte Piet niet blij zijn, Sinterklaas.’
Een Surinaams accent is minder erg, lijkt mij.
Het zijn volwassenen (voor- en tegenstanders) die zich er druk om maken. Kinderen beleven het als een sprookje, hoe Piet er ook uit ziet, hoe Piet ook klinkt.
Zelf heb ik als puber ook een aantal keer Zwarte Piet gespeeld en ik was een stille, verlegen Piet. De kleine kinderen hadden dat niet in de gaten.
@Ewald. De opvatting van kinderen, daar gaat het om. De volwassenen ruziën.
In mijn beleving was het accent toch wel degelijk gelijkend op Surinaams; misschien gemixt met dat van een soort Klukkluk. Anders had ik niet zo met Rowenna gesproken natuurlijk. In ieder geval grappig.