‘Kom Sjakie, anders missen we onze vlucht’, zeg ik.
‘Ik zoek m’n mobiel.’
‘Geen tijd.’
‘Een splinternieuwe iPhone, gozer.’
‘Straks kun je er wel honderd kopen.’
Als ik het vliegtuig binnenkom, zit Sjakie al op zijn plek. Ik loop door naar mijn stoel en ben blij dat we die linke douane in Mexico achter de rug hebben. Nadat we zijn opgestegen, dommel ik in slaap. Ik schrik wakker van een alarm. Sjakie staat gehaast op, met een kop als een boei.
‘Sorry. My medicine-alarm. Couldn’t find my mobile’, zegt hij in steenkolenengels.
Hij maakt zijn koffer open, maar kan niks vinden. Asjemenou. Heeft die oetlul z’n iPhone in een verborgen compartiment laten slingeren. Tussen de stuf. Die is de Sjaak.

Recente reacties